CIA-Nazi-Verbond

(enige gelijkenis met bestaand gevogelte is louter toevallig

Foto: Enige gelijkenis met bestaand gevogelte is louter toevallig.

Terwijl kampbewakers en Gestapo-officieren in Neurenberg werden berecht na WOII, zetten de VS andere voormalige nazi’s op de loonlijst. Uit overheidsdocumenten en interviews die in 2014 werden vrijgegeven, bleek dat minstens 1.000 ex-nazi’s door het Amerikaanse leger, de FBI en de CIA gerekruteerd werden als spionnen en informanten voor hun Koude Oorlog (New York Times).

Ze huurden niet alleen voormalige leden van het Derde Rijk in die verdacht werden van het plegen van oorlogsmisdaden, ze hielpen hen ook bij het emigreren naar de VS en verdoezelden hun naziverleden om hen te beschermen tegen de nazi-jagers van hun eigen Justitiedepartement.

“VS-Instanties hebben direct of indirect talloze ex-nazi-politiefunctionarissen en Oost-Europese medewerkers ingehuurd die duidelijk schuldig waren aan oorlogsmisdaden”, vertelde historicus Norman Goda van de Universiteit van Florida aan de Times. De spionnen en informanten werden gerekruteerd uit elk niveau van het gevallen naziregime, van SS-officieren tot Adolf Eichmann’s persoonlijke mentor. In de jaren vijftig, op het hoogtepunt van de Koude Oorlog, waren FBI-directeur J. Edgar Hoover en CIA-chef Allen Dulles het erover eens dat deze voormalige nazi’s de VS goed van pas zouden komen. In Maryland kregen de nazi-officieren training van Amerikaanse legerofficieren met het oog op een mogelijke invasie in Rusland.

Een hooggeplaatste nazi die door de VS werd gerekruteerd, Aleksandras Lileikis, was betrokken bij de massamoord op 60.000 Joden in een Litouws getto. De CIA wist dat er een verband bestond maar ze huurden hem toch in om spion te worden in Oost-Duitsland in 1952. Vier jaar later hielpen ze hem naar de VS te verhuizen. Lileikis werkte na de oorlog ook voor de CIA. Het bureau documenteerde zelfs hun kennis van zijn oorlogsmisdaden en betaalde hem $ 1.700 per jaar. Hij woonde veertig jaar in de VS voordat hij in 1994 buiten Boston werd ontdekt, en aanklagers aanstalten maakten om hem te deporteren. Een CIA-advocaat belde het ministerie van Justitie en blokkeerde de uitwijzing. De CIA en het ministerie van Justitie kwamen tot een overeenkomst dat Lileikis niet zou worden berecht als het bewijs zou overdragen worden waaruit bleek dat de voormalige nazi een Amerikaanse spion was geworden. In 1995 verklaarde de CIA niet op de hoogte te zijn geweest van het naziverleden van hun spion.

Een andere hooggeplaatste nazi die Amerikaanse spion werd, was Otto von Bolschwing, mentor en topassistent van Adolf Eichmann – een van de meesterbreinen van de holocaust. Bolschwing, afkomstig uit een aristocratische en trouw conservatieve familie in Pruisen, was een vroege rekruut van de nazipartij geweest. Toen Hitler aan de macht kwam, klom hij op tot ​​plaatsvervanger van Heinrich Himmler. Bolschwing schreef documenten over hoe Joden te terroriseren maar zijn naziactiviteiten werden ‘onschuldig’ genoemd en hij verhuisde met zijn gezin naar New York in 1954 als beloning voor zijn loyale naoorlogse dienst.

De politiek van Bolschwing was radicaal, in die mate dat zijn fanatisme hem in de problemen bracht met het leiderschap. Als hoofd van de SS-inlichtingendienst in Roemenië in 1940 moedigde hij leiders van de IJzeren Garde, een hondsdolle antisemitische paramilitaire groepering, aan om een ​​staatsgreep te plegen tegen de bestaande Duits-geallieerde regering. De opstand van januari 1941 werd neergeslagen, maar niet voordat de legionairs door de Joodse wijk van Boekarest hadden geraasd, synagogen in brand hadden gestoken en bewoners hadden vermoord met een vertoon van sadisme dat zelfs de plaatselijke SS-officieren schokte.

Bolschwings expertisegebieden kwamen overeen met verschillende initiatieven die de CIA in samenwerking met de Gehlen Org ontplooide. Kort na zijn overstap naar de CIA, startte de Oostenrijkse regering een onderzoek naar Bolschwing en vroeg Amerikaanse functionarissen om zijn oorlogsachtergrond te controleren in de bewaarde nazibestanden. Gezien de banden van Bolschwing met de CIA, haalde het verzoek het bureau van Peter Sichel. Die kreeg al snel een merkwaardige reactie: het hoofdkantoor van Gehlen Org in Pullach wilde dat de CIA Berlin het dossier van Bolschwing voor de Oostenrijkse regering achterhield, ofwel een ‘negatief dossier’ zou afleveren. De CIA heeft het dossier van Bolschwing nooit aan Oostenrijk doorgegeven. Begin 1952 bracht de CIA-afdeling van Pullach hem terug naar Salzburg en drong hem op aan de plaatselijke CIA-eenheid. De CIA-advocaten adviseerden om de vermelding van zijn lidmaatschap van de nazipartij uit zijn officiële documenten te schrappen.

Toen Eichmann in 1960 in Argentinië aangehouden werd vreesde Bolschwing dat ook hij zou ontmaskerd worden en berecht als samenzweerder van de “Endlösung”. Hij kreeg de garantie van de CIA dat hij zou beschermd worden tegen de nazi-jagers. Twintig jaar later werd hij ontmaskerd en het land uitgezet in 1981.

Nazi-ideoloog Emil Augsburg was een officier bij het beruchte Wannsee Institute, de SS-denktank die betrokken was bij het plannen van de Endlösung. De SS-eenheid van Augsburg voerde ‘speciale taken’ uit, een eufemisme voor het uitroeien van joden en andere ‘ongewenste personen’ tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel hij in Polen werd gezocht voor oorlogsmisdaden, slaagde Augsburg erin om door de Amerikaanse CIA eind jaren veertig in dienst genomen te worden als expert in Sovjetaangelegenheden. Uit vrijgegeven CIA-gegevens bleek dat hij behoorde tot een schurkengalerij van nazi oorlogsmisdadigers die door de Amerikaanse inlichtingendiensten waren gerekruteerd kort nadat Duitsland zich aan de geallieerden had overgegeven. Nazi’s die anders van oorlogsmisdaden zouden zijn beschuldigd, konden zich aanmelden bij de Amerikaanse inlichtingendienst om een gevangenisstraf te ontlopen. Het besluit om nazi-agenten te rekruteren had een negatieve invloed op de betrekkingen tussen de VS en de Sovjet-Unie en vormde de basis voor Washingtons tolerantie tegenover mensenrechtenschendingen en andere criminele daden in naam van het anticommunisme.

Generaal Reinhard Gehlen, sleutelfiguur aan de Duitse kant van de CIA-nazi-afspraak, had gediend als de belangrijkste anti-Sovjet-spion van Adolf Hitler. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hield Gehlen toezicht op alle Duitse militaire inlichtingenoperaties in Oost-Europa en de USSR. Hoewel het Yalta-verdrag bepaalde dat de Verenigde Staten aan de USSR alle gevangen Duitse officieren moesten aangeven die actief waren in het oostelijk gebied, werd Gehlen in alle haast naar Fort Hunt in Virginia gestuurd. In de zomer van 1946 keerde hij terug naar West-Duitsland met het mandaat om zijn netwerk weer op te bouwen en het bespioneren van het Oosten te hervatten in opdracht van de VS. De datum is belangrijk omdat hij voorafging aan het begin van de Koude Oorlog, die volgens Amerikaanse historische verslagen pas een jaar later begon. De vroege aanwerving van Gehlen door de Amerikaanse inlichtingendienst suggereert dat Washington eerder in een koude-oorlogsmodus verkeerde dan de meeste mensen beseffen. Het Gehlen-dossier ontkracht ook het heersende westerse idee dat het agressieve Sovjetbeleid verantwoordelijk was voor de koude oorlog.

Gehlen Org, zoals die werd genoemd, was gevestigd in de buurt van München en schakelde duizenden Gestapo-, Wehrmacht- en SS-veteranen in. Zelfs de meest verachtelijke waren welkom – inclusief Alois Brunner, de belangrijkste plaatsvervanger van Adolf Eichmann. SS-majoor Emil Augsburg en gestapo-kapitein Klaus Barbie, ook wel bekend als de “Slager van Lyon”, deden dubbele dienst en werkten zowel voor Gehlen Org als voor de Amerikaanse inlichtingendienst.

Gehlen zou een belangrijke rol spelen binnen de NATO en tweederde van de ruwe inlichtingen over de landen van het Warschaupact leveren. Onder auspiciën van de CIA, en later als hoofd van de West-Duitse geheime dienst tot aan zijn pensionering in 1968, oefende Gehlen aanzienlijke invloed uit op het Amerikaanse beleid ten aanzien van het Sovjetblok. En al die tijd hield de CIA zich bezig met het rekruteren van nazi-spionnen. De Amerikaanse regering heeft pas meer dan een halve eeuw later officieel haar rol bij de oprichting van de Gehlen-organisatie erkend.

Leden van de Gehlen Org hielpen duizenden fascistische voortvluchtigen te ontsnappen via ‘ratlines’ naar veilige havens in het buitenland – vaak met een goedkeurende knipoog van Amerikaanse inlichtingenofficieren. Expats uit het Derde Rijk en fascistische medewerkers doken op als ‘veiligheidsadviseurs’ in verschillende landen in het Midden-Oosten en Latijns-Amerika, waar ultrarechtse doodseskaders doorleven ​​als hun erfenis. Klaus Barbie, bijvoorbeeld, assisteerde een opeenvolging van militaire regimes in Bolivia, waar hij soldaten marteltechnieken aanleerde en hielp bij het beschermen van de bloeiende cocaïnehandel aan het eind van de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig.

Door Gehlen te financieren, stelde de CIA zich onbewust open voor manipulatie door een buitenlandse inlichtingendienst die vergeven was van Sovjet-spionnen. Gehlens gewoonte om gecompromitteerde ex-nazi’s in dienst te nemen – en de bereidheid van de CIA om deze praktijk goed te keuren – stelde de USSR in staat de geheime dienst van West-Duitsland binnen te dringen door talloze agenten te chanteren. Een gevolg van de alliantie tussen CIA en Org is vandaag duidelijk zichtbaar in een oplevende fascistische beweging in Europa.

En dan was er nog Gustav Hilger die, ondanks een internationaal aanhoudingsbevel, door de CIA naar de VS overgevlogen werd. Hilger diende als hoofdtolk voor Hitler’s ministerie van buitenlandse zaken en voor Joachim von Ribbentrop als hoofdadviseur in geheime onderhandelingen. In 1946 keerde hij terug naar Duitsland als Sovjet-analist voor de Gehlen organisatie.

De Amerikaanse inlichtingendienst kon de Duitser blijven presenteren als een respectabele geleerde door de beschuldigingen in het Sovjet-arrestatiebevel af te doen als propaganda en door niet te zoeken naar de activiteitenrapporten die Hilgers oorlogsbureau hadden doorkruist. Uiteindelijk brak de CIA in 1953 met Hilger toen een analist van het Agentschap opmerkte dat zijn rapporten weinig nieuws bevatten en dat hij handelde op basis van de oude informatie die hij had verzameld tijdens zijn dienst bij het Derde Rijk.

De banden die de CIA aan het eind van de jaren veertig met voormalige nazi’s smeedde, zouden het Agentschap uiteindelijk op verschillende manieren schaden. Sovjetpropagandisten noemden hun Amerikaanse tegenstander een bondgenoot van ‘fascisten’ en ‘Hitleradepten’. Die banden wierpen ook een smet op het imago van de CIA – en bij natuurlijke uitbreiding, op dat van de VS. In de meer dan zes decennia sinds hun dienstverband bij de CIA, werd de link met de nazi’s meermaals gedetailleerd beschreven.

Het is zeer twijfelachtig of de CIA die smet ooit zal kunnen wegvegen. Zoals CIA-historicus Kevin Ruffner heeft opgemerkt: “In hun zoektocht naar informatie over de USSR werden de Verenigde Staten onuitwisbaar verbonden met het Derde Rijk.”

Maar misschien ligt de grootste schade die het CIA-Nazi verbond aan de CIA heeft toegebracht meer in het psychologische rijk, de ‘gateway-crime’ die de weg vrijmaakte voor wat daarna volgde.

Citaat

“We stelen, we liegen en bedriegen” (Mike Pompeo, ex-CIA-directeur, ex-minister van BZ onder Trump)

Bronnen

New York Times 27 oktober 2014 – Daily Mail 28 oktober 2014 – IPS-DC 1 mei 2001 (origineel 1980) – Crimereads.com 3 september 2020 – Nederlandse bewerking CannaclopediaNieuws

The Blues Brothers (1980) – Nazis Take a Dive Scene (3/9) | Movieclips

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.