Download dit artikel nu. Het zal binnen de week verdwenen zijn. Het artikel wordt ingeleid met een kort overzicht van het historisch feit “Operatie Paperclip”.
Operatie Paperclip
Na de tweede wereldoorlog, begin jaren vijftig op het hoogtepunt van de koude oorlog, rekruteerden J. Edgar Hoover, directeur van het FBI en Allen Dulles, directeur van de CIA, ‘voormalige’ nazi’s als geheime agenten. Zij waren het eens dat de nazi’s aan de VS bruikbare informatie konden leveren over de Sovjets en vonden het niet nodig om het departement justitie hierover in te lichten. Eén van hen, Aleksandras Lileikis was een nazi-officier die betrokken was bij de dood van 60.000 Joden. Hij werkte tijdens de oorlog “onder Gestapo-controle” en later voor de CIA. Lileikis werd veertig jaar lang gerust gelaten totdat aanklagers zijn naziverleden ontdekten en in 1994 zijn deportatie voorbereidden. De CIA probeerde te verhinderen dat geheime documenten over hun ex-spion onthuld zouden worden …
Een andere nazi, Otto von Bolschwing, kreeg na de arrestatie van Adolf Eichmann, bescherming van de CIA om hem hetzelfde lot te besparen. Het duurde daarna nog twintig jaar voor von Bolschwing ontdekt en vervolgd werd.
In totaal hebben het Amerikaanse leger, de CIA, het FBI, de NATO en andere ‘veiligheidsdiensten’ na de oorlog meer dan 1.500 ex-nazi’s en collaborateurs ingezet als spionnen en informanten, volgens Richard Breitman, een holocaust-onderzoeker aangesteld door de Amerikaanse overheid. Allen Dulles geloofde dat ‘gematigde’ nazi’s nuttig zouden kunnen zijn voor Amerika. Hoover keurde persoonlijk enkele nazi’s goed als informanten en verwierp beschuldigingen over hun wreedheden in oorlogstijd als Sovjetpropaganda, een tactiek die door de VS nog steeds gebruikt wordt als ze hun misdaden niet kunnen verantwoorden. Kijk maar naar de Amerikaanse proxy-oorlog in Oekraïne.
De nazispionnen voerden in de jaren ’50 en ’60 diverse taken uit voor Amerikaanse diensten. Ze kregen daarvoor training in Maryland, Connecticut en Virginia, in paramilitaire oorlogsvoering.
De naoorlogse periode schonk de nazi’s een tweede leven, verweven met Amerikaanse inlichtingendiensten en oorlogsgeleerden. Reden genoeg om die agentschappen wat nader te bekijken.
Bronnen: https://www.nytimes.com/2014/10/27/us/in-cold-war-us-spy-agencies-used-1000-nazis.html – https://www.researchgate.net/publication/363771233_1942 – 1952_J_Edgar_Hoover_Director_FBI_May_10_1924 – _May_2_1972_Allen_W_Dulles_OSS_later_Director_CIA_February_26_1953-November_29_1961 – https://historiek.net/zeker-1000-nazis-spioneerden-tijdens-koude-oorlog-voor-vs/45833/
OPERATIE GLADIO
I.
Op zoek naar informatie stootte ik op een vrijgegeven dossier waarin sprake is van “Operatie Gladio” vóór wereldoorlog II. Gaat het over dezelfde operatie? Oordeel zelf.
De alcoholprohibitie die in 1928 begon, vormde de ideale biotoop voor de geboorte van de maffia. Het was de periode van Jimmy Hoffa (1) en Carlos Marcello (2), de periode van de georganiseerde misdaad en de verstrengeling ervan met de Amerikaanse politieke machine, de periode van de familie Kennedy. Het begon allemaal met de drooglegging. Je mocht drank bezitten, je mocht dronken zijn, maar alcohol mocht niet verkocht worden. Uit die paradox ontstond niet alleen een zwarte markt maar ook een syndicaat, een onzichtbaar imperium dat zich nestelde in elke politieke macht, een slapende kapitalistische reus in een wereld die gedomineerd werd door oude imperiums. Groot-Brittannië droeg de kroon van eeuwenoude arrogantie. Amerika koesterde zowel een afkeer als een imitatie ervan.
De onderwereld evolueerde. Italiaanse, Ierse en Joodse bendes smeedden allianties, onderling en met politici. Dat uitte zich in de presidentsverkiezingen. Lucky Luciano (3) en zijn kring steunden de katholieke gouverneur van New York, Alfred Smith. Hij verloor. Maar politiek ging niet alleen over omkoping, ook uiterlijk vertoon was belangrijk. Franklin D. Roosevelt, een aristocraat, stond voor oorlogsstrategie in smoking. Hij had invloed nodig, creëerde chaos en zette hervormers in. Luciano zag zijn macht verschrompelen. Toen Roosevelt de stemmen had, de pers en de geheimen van de onderwereld, interesseerde het geld van de maffia hem niet meer. Hij had de controle. Hij kreeg de steun van republikein Thomas Dewey, gouverneur van New York en presidentskandidaat in 1944 en 1948 (4).
De oppositie werd uitgedund. Lucky Luciano belandde in de cel. Dutch Shultz (5) werd vermoord, Vito Genovese (6) vluchtte naar Italië, Meyer Lansky (7) verdween naar Miami en Havana, Bugsy Siegel (8) naar Californië en Frank Costello (9) naar Louisiana. De bende uit Chicago verging het niet beter. Capone werd veroordeeld voor fraude, Paul Ricca (10) werd opgepakt.
Maar Roosevelt vernietigde de georganiseerde misdaad niet, hij hervormde de organisatie, hij wilde hun netwerken. Toen de drooglegging werd opgeheven, begon de gevestigde orde Luciano af te schilderen als iemand die in Shanghai met Chinese krijgsheren had samengewerkt en heroïne de Verenigde Staten had binnengesmokkeld. Luciano maakte snel naam als heroïnekoning, werd in 1936 gearresteerd voor prostitutie en kreeg 35 jaar cel. Zijn handlangers bedachten een vluchtplan. Luciano’s mensen beheersten de dokken en in 1942 vatte de USS Normandy vuur. Dat Franse luxeschip was tot oorlogsbodem omgebouwd en kapseisde in de New Yorkse haven. Duitse U-boten hadden de angst voor sabotage gevoed en de marine gaf hen de schuld, zoals Luciano’s mensen hadden gehoopt.
II.
De Lansky Dock Workers Union van Luciano kreeg de beveiliging van de havens in handen. ‘Operation Underworld’, een geheime overeenkomst tussen marine en maffia werd gelanceerd. Het bestaan van de operatie werd eerst ontkend door de VS maar later toegegeven. Carlos Marcello, de man achter de gokautomaten, de jukeboxen en de bordelen, hield de zuidelijke havens veilig en vrij van sabotage, stakingen en nazi-invloed.
Het ‘Office of Navel Intelligence’ beveiligde de oostkust en het fascisme zou nooit in het zuiden geraken, dat onder toezicht stond van Marcello. De CIA nam die efficiëntie en de loyauteit van Marcello over en kreeg de volledige controle over de zuidelijke scheepvaartroutes, gesteund door de onderwereld en door de Amerikaanse inlichtingendienst. In ruil daarvoor werd Luciano in 1946 vervroegd vrijgelaten en gedeporteerd naar Sicilië, waar hij de maffia heropbouwde die door het regime van Mussolini bijna was uitgeroeid. Zijn syndicaat kreeg de volledige controle over de beveiliging van de haven van New York, wat zorgde voor een veilige stroom van oorlogsmateriaal en … heroïne uit Europese en Cubaanse laboratoria.
Joseph Kennedy, smokkelaar, dealmaker, toekomstig ambassadeur, zag hoe Roosevelt met de maffia omging. FDR werd precies wat Kennedy altijd al had willen zijn: een populistische president, geliefd en gevreesd. Maar het geflirt van Kennedy met het fascisme en zijn openlijke bewondering voor nazi-Duitsland waren er te veel aan. Zijn droom verdampte in een wolk van verdenkingen en schandalen. Waar hij zelf niet in slaagde, moest door zijn zonen verwezenlijkt worden.
Het ‘Office of Strategic Services’ (OSS), de voorloper van de CIA, was samengesteld uit een handvol spionnenleiders, gokkers en dromers die aan de touwtjes trokken in de schaduw van WO2. Het OSS evolueerde en toen de Koude Oorlog de continenten beheerste, werkte de nieuw gedoopte CIA (1947) niet alleen samen met de georganiseerde misdaad, ze fuseerden er heimelijk mee, met een chirurgische en huiveringwekkende precisie. Ze moesten landen omkopen, verkiezingen manipuleren, staatsgrepen orkestreren en hadden zwart geld nodig, veel zwart geld. Niet via de senaat of begrotingen, maar via de heroïnepijplijn waar het poeder als ruwe olie vervoerd werd. Het werd gewonnen in de Gouden Driehoek, geraffineerd in Turkije, verwerkt in Marseille en afgeleverd in de aderen van Haarlem, Newark en New Orleans.
De oude koloniale rijken stortten in en Frankrijk, Groot-Brittannië, Nederland en Amerika glipten in het vacuüm. Luciano ontkende alle betrokkenheid en beweerde zelfs dat hij het ‘Federal Bureau of Narcotics’ van Harry Anslinger (het FBN – later DEA) (11) zijn diensten had aangeboden in ruil voor zijn staatsburgerschap. Hij gaf toe dat mensen binnen de overheid die zwendel nodig hadden om te blijven bestaan. En hij had gelijk. Heroïnegeld was zwart, onbelast, niet traceerbaar en bodemloos. Die machinerie werd niet geleid door gangsters maar door inlichtingenofficieren, mannen in maatpak die geen wapens nodig hadden, ze hadden immers vergunningen. De heroïne financierde de maffiabazen en het Amerikaanse imperium. Aan de basis daarvan, één discreet figuur: kolonel Paul Helliwell (12). Hij veranderde de toekomst van de Amerikaanse inlichtingendienst op een manier die door Allen Dulles in stilte zou gerespecteerd worden.
III.
Toen in 1943 de Japanners China binnenvielen, vocht het communistisch leger van Mao Zedong een brute burgeroorlog uit met de nationalisten van Chiang Kai-shek (13). Maar op papier waren ze bondgenoten tegen de indringers. Helliwell, met zijn OSS-referenties, nestelde zich in Yunnan, een zuidelijk Chinese provincie en zag hoe Chiangs leger overleefde dankzij de heroïnehandel. Het nationalistische China werd een narcostaat met de hulp van ‘de Groene Bende’, een in Shanghai gevestigd syndicaat, dat al bestond vóór de drooglegging. Ze smokkelden opium, vervalsten verkiezingen, bouwden geheime tunnels voor de onderwereld van Shanghai en steunden Chiangs machtsovername. De heroïne stroomde de wereld in. Onder het mom van medische hulp hadden de Rockefellers in 1910 geholpen bij het legitimeren van opiumtransporten via de Chinese Medische Raad. Nu ging het niet meer alleen over transport maar ook over de financiering van een oorlog. Helliwell observeerde de structuur. Wat als de Verenigde Staten de opiumhandel zouden vergemakkelijken? Wat als de Amerikaanse anticommunistische bondgenoten toestemming zouden krijgen, of zelfs aangemoedigd zouden worden, om drugs te verkopen in ruil voor Amerikaanse bescherming en logistieke steun? Het zou een geldstroom garanderen. Het zou Mao helpen verpletteren. Het zou Azië in het spel houden. De roofdierenklasse keek toe en het idee promoveerde tot beleid. Officieel werd de overeenkomst geformaliseerd tot ‘Civil Air Transport’, een door nationalisten gerund bedrijf dat uitgroeide tot Air America, de beruchte geheime luchtvaartmaatschappij van de CIA. Dat waren vliegende banken, vliegende arsenalen, vliegende heroïnelaboratoria.
En dat was nog maar het begin. Want toen heroïne eenmaal de anticommunistische oorlogen begon te financieren, stopte het nooit meer. Het systeem groeide. Tentakels strekten zich uit van New Orleans, waar Carlos Marcello de havens controleerde, van Sicilië, waar maffiabazen nog steeds hun wederzijdse verdragen nakwamen, via Turkije, Marseille, Vietnam en uiteindelijk Midden- en Zuid-Amerika. Tegen de tijd dat Eisenhower aan de macht kwam, had de CIA een wereldwijde schaduweconomie geïnstalleerd, gevoed door drugs, wapens en regimewissels. Het netwerk was geen complottheorie. Het was een geheime economie. Het product was winstgevender dan olie. En op het kruispunt van dit alles stond Carlos Marcello, niet zomaar een baas, maar een logistieke krijgsheer die de havens controleerde. Hij controleerde de vakbonden. Hij controleerde elk schip dat Louisiana binnenkwam en verliet. En in tegenstelling tot de New Yorkse Dons verschuilde hij zich niet achter een Italiaans restaurant of een gokautomaat. Hij had een legale lobbyfirma in Washington. Dus heel betrouwbaar op papier. Senatoren belden hem terug. Buitenlandse leiders boekten afspraken via zijn mensen. Wanneer de CIA een staatsgreep nodig had, wapens moest verplaatsen, rebellen moest bewapenen of stiekeme berichten moest bezorgen, belden ze de man die dat kon zonder papieren sporen na te laten. Ze belden Marcello.
IV.
Dat begon met Harry Truman die uit de schaduw van Roosevelt trad. Hij bracht de geesten van het Kansas City syndicaat (de Pendergast Machine) (14) met zich mee. Die hadden diepe wortels in politieke corruptie, afpersing en omkoperij van syndicaten. Truman wilde geen, wat hij noemde, Amerikaanse Gestapo.
Maar toch werd in 1947 de CIA geboren. Voordat ze een zwart budget hadden, voordat Langley het kloppende hart van de schaduwoperaties werd (Langley Virginia, CIA-hoofdkwartier), hadden ze opium. En ze hadden de man met het plan, Paul Helliwell, een kolonel bij de OSS, een geest in het systeem. Hij had gezien hoe het nationalistische leger van Chiang Kai-shek zijn strijd tegen Mao financierde met opium, het via de Groene Bende in Shanghai transporteerde, het schoonveegde met westerse medische dekking en het inwisselde voor wapens en salarissen. Helliwell observeerde het systeem niet alleen. Hij verfijnde het. Hij presenteerde het idee en gebruikte heroïne om geheime operaties te financieren. De CIA had geen overheidsfinanciering nodig, maar ontkenning. Geen toezicht, geen papieren spoor. CIA-bazen Donovan en Dulles keurden de operatie goed en gaven groen licht voor ‘Civil Air Transport’ om heroïne te vervoeren onder het mom van anticommunistische logistiek. De drugs- en geldstroom bleef intact. Het was de beurt aan Marcello, de zuidelijke verbinding tussen Amerika en de Mexicaanse kartels, de Dominicaanse drugshandelaren, de Caraïben en de Cubaanse havens. Toen die havens werden afgesloten voor U-boten, droogde de heroïnevoorraad in het hele land op.
Het weinige dat er nog doorgeraakte kwam via Mexico, en de mannen die de grens bewaakten, stonden onder leiding van Jack Dragna, Paul Ricca en Carlos Marcello. Dat viel op bij de CIA. Ze lieten hem opereren omdat ze hem daarvoor nodig hadden. Tegen de tijd dat Truman weg was en Kennedy jaren later het podium betrad, was de machine volledig op gang gekomen en opium was de olie die de schaduwmacht smeerde. De CIA gebruikte het om ‘Operatie Gladio’ in Europa te financieren, fascistische cellen in Italië te bewapenen, sociaal democratieën in Griekenland en Frankrijk te destabiliseren en een ideologische oorlog te voeren tegen het socialisme, het antikolonialisme, tegen iedereen en alles wat het Amerikaanse kapitaal kon bedreigen. CIA, maffia en rechtse paramilitairen hadden enkele gemeenschappelijk punten: allergie voor het communisme, toegewijd aan kapitaal en verslaafd aan heroïne. Toen in 1945 de oorlog officieel voorbij was, was het stil in de Amerikaanse havens, behalve in de schaduw. Heroïne was schaars en duur. Slechts een selecte groep, vooral in Haarlem, waar een jazzrenaissance in volle gang was, gebruikte het nog. Een hit kostte bijna 100 dollar en was tussen de baslijnen en trompetsolo’s van de New Yorkse clubs in de mode geraakt. De prijs creëerde de verleiding. Paul Helliwell begreep de economische aspecten ervan en ontwikkelde een plan dat hij voorlegde aan Allen Dulles, Wild Bill Donovan en James Jesus Angleton. Het uitgangspunt was simpel: de opkomende CIA financieren met zwart geld, zonder Congres-tussenkomst. Met heroïne, krijgsheren, gangsters en corrupte ambtenaren bouwden zij een drugsimperium dat parallel liep aan de legitieme staat. De Haarlemse jazzscene werd de testmarkt.
Eén gangster had de middelen om dat te realiseren: Meyer Lansky, de accountant van de maffia, financier en syndicatenontwikkelaar. Lansky had de cijfers, Carlos Marcello, het logistieke meesterbrein, had het beheer over de havens. Hij controleerde de dokken, én de corridors tussen de VS, Cuba en Midden-Amerika. Helliwell en Lansky creëerden de ‘General Development Corporation’, een lege vennootschap met zetel in Miami, voor het witwassen en stockeren van zwart geld. De heroïne kwam van de Indische hoogvlakten, geteeld door Chinese en Thaise krijgsheren die de OSS tijdens de oorlog hadden gesteund. Op zijn weg doorkruiste de heroïne Afghanistan dat later het wereldcentrum van de teelt en handel zou worden onder supervisie van de CIA. Tot de Taliban de teelt compleet verbood. Nadat de Taliban verdreven werden floreerde de opiumteelt opnieuw in Afghanistan, onder toezicht van de CIA. De ruwe opium werd verwerkt in Siciliaanse laboratoria die ooit beheerd werden door Schiaparelli, een legitiem farmaceutisch bedrijf dat nauwe banden had met de georganiseerde misdaad.
De heroïne was puur, krachtig en klaar voor de markt. Vanuit Sicilië werd het binnengesmokkeld in nepsinaasappelen en sardineblikjes, verborgen tussen scheepsmanifesten en diplomatieke vracht.
Santo Trafficante, Marcello’s zuidelijke tegenhanger, leidde de Cubaanse laboratoria (15). Daar werd de heroïne met suiker versneden, opnieuw verpakt en discreet naar New York en New Orleans vervoerd. Het duurde totdat Fidel Castro het eiland in 1959 innam en de maffia uitdreef. Dat leidde tot een nog strakkere band tussen de CIA en de georganiseerde misdaad en een nog grotere haat tegen Castro.
In de VS verspreidde de heroïne zich dan via de Afro-Amerikaanse jazzclubs van Haarlem tot New Orleans. Muzikanten en clubbezoekers waren het doelwit. De verslaving werd gevoed en de zwarte markt explodeerde in stilte. De Teemsters onder leiding van Jimmy Hoffa vervoerden het product door het zuiden en het middenwesten, in vrachtwagens die niemand durfde te inspecteren. Terwijl de jazzclubs het product consumeerden, vloeide de winst terug naar de lege vennootschappen, naar de banken, naar Miami. De ‘General Development Corporation’ werd een witwasmachine. Marcello’s deel werd naar het buitenland gestuurd en doorgesluisd naar de Siciliaanse maffia, waar de hooggeplaatste elite het geld verdeelde via een verborgen ondergronds netwerk van rechtse milities en paramilitaire groepen.
Dat netwerk had een naam: Gladio.
V.
Einde van de jaren 40 was Carlos Marcello meer dan een maffiabaas. Hij controleerde de havens, financierde de Deep State en hielp bij de opbouw van een geheime wereldwijde infrastructuur die de CIA in het geheim liet opereren. Geen toezicht, geen vragen. Alleen heroïne, verborgen handen en een toevoerlijn tot in de nachtclubs van New Orleans tot Haarlem, tot in de steegjes van Palermo. Marcello arriveerde in New Orleans als een geest met een badge. Stil, meedogenloos en alleen.
Marcello leidde zijn bedrijf niet met kogels, maar met handdrukken. Chicago regeerde met angst, New York met politieke dekking, maar in Louisiana bouwde Marcello een ander systeem. Hij maakte politie, rechters, politici, stille vennoten, niet met steekpenningen maar met dividenden. Hij begreep wat andere maffiabazen niet begrepen: vertrouw de maffia niet, vertrouw de man in uniform. Maak hem deelgenoot en hij bewaakt je geld beter dan welke idioot dan ook. SWAT-politiewagens werden omgebouwd tot mobiele kluizen. Marcello beheerste niet alleen de straten, hij bezat ook de instellingen die hem moesten stoppen.
In 1954 kwam dan Aaron Kohn (16). Geen agent, hij droeg geen wapen maar een roterend kaartsysteem met informanten. Hij begon in de rotzooi te graven, bracht het web in kaart en volgde de verbanden. Elk spoor leidde naar de discrete Marcello. Maar die keerde het systeem tegen Kohn: gevangenisstraf voor het beschermen van informanten. Kohn’s bondgenoten probeerden het tij te keren. Niets hielp, geen tussenkomst van gouverneurs, geen Hooggerechtshof. Kohn gaf niet op. Hij was de eerste die bloed uit dat imperium trok en betaalde ervoor met celstraf. Hij nam het op tegen mannen zonder badge of pistool. Zijn tegenstanders waren toga’s, uniformen en maatpakken die mochten delen in elke dollar die in Louisiana van eigenaar wisselde. Hun baas was Carlos Marcello. Maar Kohn verraadde de mensen niet die hun leven riskeerden door zich uit te spreken. Dat werd niet vergeten. Kohn verliet de cel onder applaus.
Miljonair en bokspromotor Blaise D’Antoni (17) die nauwe banden onderhield met Frank Costello en Frankie Carbo, twee prominente figuren in de Amerikaanse onderwereld, lanceerde een publieke kruistocht tegen Kohn. Maar het was D’Antoni die bakzeil haalde. Kohn kreeg navolging van William Keiting, die ook gevangenisstraf kreeg voor zijn zwijgen.
In november 1955 was Kohn terug op straat en op het podium. Na opnieuw een paar weken gevangenis in de Parish Prison, verstopte hij zich niet maar verdubbelde zijn inzet. Hij had als speciaal agent onder J. Edgar Hoover het werk in het forensisch laboratorium voor het FBI begeleid, misdrijven in Chicago onderzocht en geholpen de corruptie bij de politie in New Orleans te bestrijden. Hij stond bekend als de enige man die ooit in New Orleans de cel in moest omdat hij twee keer had geweigerd zijn vertrouwelijke bronnen te verraden. Dat deed (doet) het systeem met mensen die de waarheid vertelden.
VI.
De CIA, de marine-inlichtingendienst, het Pentagon, sloten deals met mannen die alleen hun eigen wetten naleefden. Mannen zoals Carlos Marcello. Senator Estes Kefauver probeerde in 1951 het deksel eraf te rukken. Hij trok gangsters in de schijnwerpers, gaf ze geen schuilplaats. Maar wat hij niet had kunnen weten, was dat het rot niet stopte bij de maffia. Het was in de hoofdstad. Het was in het Pentagon. Het was in Langley, in de CIA.
Kefauver faalde maar de tijd stond aan zijn kant. De CIA begon met gunsten. Gunsten die betaald werden met heroïne. In 1957 kwam de afrekening. Frank Costello kreeg een kogel in het hoofd, hij overleefde maar de boodschap was duidelijk. Er kwam een interne oorlog. De mannen van Luciano, de oude garde, waren dood of verbannen. Zijn imperium stortte in. Amerika’s stille angst dat er onder de oppervlakte een schaduwregering van gangsters opereerde, werd op 14 november 1957 bevestigd met een inval in Apalachin, New York, op de meest beruchte maffiatop uit de Amerikaanse geschiedenis. Deelnemers waren maffiosi uit de Verenigde Staten, Italië en Cuba (18).
Het Kefauver-comité, dat lang sluimerend had gefunctioneerd, begon zich te roeren. En dit keer zaten er nieuwe namen aan tafel. John en Robert Kennedy. De broers stapten niet zomaar in de schijnwerpers. Ze hadden de macht. Net als Roosevelt twintig jaar eerder hadden ze de wind in de rug, maar in tegenstelling tot FDR, die de maffia in het geheim manipuleerde en in stilte vernietigde, kwamen de Kennedy’s met een flinke klap. Ze wilden in de schijnwerpers staan. Ze wilden een bekentenis. Ze wilden de georganiseerde misdaad voor het Amerikaanse volk aan het kruis nagelen. En dat lukte bijna. Terwijl de Kennedy’s steeds meer druk zetten, werd de maffia ook belegerd vanuit een veranderende wereld. Cuba gleed weg. Fidel Castro had Havana ingenomen. Casino’s, renbanen, geheime deals met de CIA, alles stortte in. Havana verdween als doorvoerhaven voor heroïne, als witwasparadijs en als basis voor inlichtingendiensten. Zou dat de reden zijn van de latere agressie tegen Castro? Mogelijk.
Nixon had Castro volledig verkeerd ingeschat. Hij dacht dat hij slechts een soldaat was, geen staatsman. De maffia zou Nixon die fout nooit vergeven. Achter gesloten deuren begonnen industriëlen en syndicaten de regering Eisenhower onder druk te zetten. Ze wilden een volledige invasie van Cuba, of een kogel door Castro’s hoofd.
Er werden meerdere CIA-operaties uitgevoerd. Eén daarvan verliep via Robert Maheu in Las Vegas, een Canadese nazi die ook voor de CIA werkte. Hij moest de moord op Castro organiseren. Een andere operatie bereikte Carlos Marcello en Santo Trafficante rechtstreeks. Zij moesten de basis leggen voor wat de Varkensbaai zou worden. Elk complot had zijn eigen financiering, zijn eigen agenten, zijn eigen beloften van geheimhouding. De CIA werkte toen al meer dan tien jaar samen met de georganiseerde misdaad. Niet zomaar bondgenoten maar mede-architecten van de moderne Amerikaanse onderwereld.
Kennedy volgde het advies van zijn vader niet. Hij werkte niet zoals Roosevelt. FDR zette zijn stappen in het donker, gaf de maffia een plaats aan tafel en toen niemand keek draaide hij de rollen om. De Kennedy’s deden het tegenovergestelde. Ze brachten alles in de schijnwerpers. John Kennedy liep het Witte Huis binnen en zei vlakaf tegen J. Edgar Hoover: “Georganiseerde misdaad bestaat, en ik ga het bewijzen.” En dat deed hij. In twee jaar tijd werd het imperium blootgelegd (e-book “The Assassination of Kennedy” – John Simkin).
Hoover had goede connecties met de maffia. Hij was zelf meer bezig met afpersing dan met het uitpluizen van maffiaproblemen. Hij beschermde de personen die door Robert Kennedy gezocht en vervolgd werden.
VII.
Die confrontatie met Hoover veranderde de wereld. Toen de Kennedy’s aan de macht kwamen, was Hoover al dertig jaar de onverkozen heerser van het FBI. Hij had overal topfiguren in de tang, in de politiek, in de administratie, in de maffia.
Aaron Kohn bezocht Bobby Kennedy in 1958. De jonge advocaat werd meegesleurd in een wereld van geheimen, geweld en verraad die zich uitstrekte van het Witte Huis tot Havana. Dat zou de rest van zijn leven bepalen. Het was rond deze tijd, toen de hoorzittingen op gang kwamen, dat Robert Kennedy zich voor het eerst realiseerde met welke enorme dreiging hij te maken had.
De georganiseerde misdaad was een schaduwregering, en hoe dieper hij groef, hoe meer de grond onder zijn voeten beefde. Hij wist nog niet hoe ver de wortels reikten, hoe rot het was, en dat de strijd hem en zijn broer alles zou kosten. Het was een oorlog die veel verder reikte dan de maffia. Het was een oorlog tegen Marcello’s mannen, tegen de CIA, tegen een clandestien netwerk dat zich al geruisloos met Amerika had verweven, lang voordat de Kennedy’s het podium betraden.
En de onthullingen die zouden volgen, ooit begraven in verzegelde dossiers en alleen in achterkamertjes gefluisterd, zouden de geschiedenis voorgoed veranderen.
Aaron Kohn getuigde en sneed stukje bij beetje Carlos Marcello’s imperium open, zwendel na zwendel, drugs, prostitutie, casino’s, politieke bescherming. Hij noemde de agenten, de sheriffs, de raadsleden, de senatoren, de rechters bij naam. Hij toonde het bestaan aan van een onzichtbaar koninkrijk dat vanuit een achterkamertje in Louisiana werd gerund.
Kohn stopte niet bij Marcello maar volgde de lijnen van Arkansas tot New York. Hij beschreef het web van syndicaten, smokkelroutes en stille vennootschappen. Kohn legde een imperium bloot waarvan Robert Kennedy het bestaan niet eens kende. Kohn’s jarenlange onderzoek verbrijzelde de mythe van Marcello als kleine regionale baas. Hij was eerder een nationale dreiging, te machtig om te negeren.
Maar Robert Kennedy kende geen grenzen. Toen hij procureur-generaal werd, was één van zijn eerste contacten, een telefoontje naar Aaron Kohn. “Ik ga hem deporteren”, zei Kennedy. Kohn spotte. Hij had te lang toegekeken hoe Marcello onaangeroerd door de gangen van de macht trok. Maar in een flits liet Robert Kennedy Carlos Marcello oppakken en deporteren naar Guatemala. Het was 22 november 1963.
Aaron Kohn was in de rechtbank toen de rechter aankondigde dat president Kennedy was vermoord. Hij keek naar links, naar Carlos Marcello, en wat hij zag, bleef hem de rest van zijn leven bij. Marcello was niet geschokt. Hij was zelfs niet verrast. Zijn uitdrukking, zo zou Kohn zich later herinneren, was kalm, alsof hij op het nieuws had gewacht, alsof hij het al wist (19).
Tot zover het eerste deel van de Gladio-saga.
VIII.
Na WO2 bleven paramilitaire eenheden overal aanwezig in voormalig oorlogsgebied: de ’Stay behind’ eenheden. Die waren samengesteld uit ex-militairen, veiligheidsagenten, inlichtingendiensten, terroristen en vrijwilligers. Ze werden gecoördineerd door het Amerikaanse ’Clandestine Committee of the Western Union’ (CCWU).
Na de oprichting van de NATO in 1949, werd de CCWU geïntegreerd in het ‘Clandestine Planning Committee’ (CPC), opgericht in 1951. Voor zijn oprichting kreeg de NATO de steun van onder meer Portugal, toen een fascistische dictatuur, en betrokken bij de oprichting van Gladio in Europa. Onder toezicht van de ’Supreme Headquarters Allied Powers Europe’ (S.H.A.P.E.), werd het later overgebracht naar België. (20).
Het bestaan van deze clandestiene NATO-eenheden bleef gedurende de hele Koude Oorlog een goed bewaard geheim tot 1990. In dat jaar werd de eerste tak van het internationale netwerk in Italië ontdekt. Het kreeg de codenaam ‘Operatie Gladio’, het Italiaanse woord voor een kort tweesnijdend zwaard (21). Eigenaardig toch dat de naam ‘Operation Gladio’ behouden wordt. Gaat het om een voortzetting? Een doorstart?
IX.
In 1947 werd de CIA gecreëerd en de controle over “spionage- en contraspionageoperaties in het buitenland” werd overgedragen aan directeur Roscoe H. Hillenkoetter. De daaropvolgende ‘National Security Council’-richtlijn betreffende het bureau voor speciale projecten, verklaarde dat geheime operaties gepland en uitgevoerd moesten worden en “dat enige verantwoordelijkheid van de Amerikaanse regering duidelijk niet bedoeld is voor onbevoegde personen. Als ze worden ontdekt, kan de Amerikaanse regering aannemelijk maken dat ze er niet verantwoordelijk voor zijn (‘Plausible deniability’).” Dat werd ook duidelijk toen, volgens de Washington Post, de Amerikaanse overheid reageerde: “Als er beschuldigingen zijn aan het adres van de CIA over betrokkenheid bij terroristische activiteiten in Italië, dan zijn dat absolute nonsens.” Dezelfde redenering als voor het FBI.
Nochtans had voormalig CIA-directeur William Colby in een televisie-interview op het Italiaanse Channel 4 de rol van de VS in het geheime leger van Italië bevestigd. Hij beschreef hoe hij in 1951 naar Stockholm werd gestuurd om een soortgelijk netwerk in Scandinavië op te zetten. Colby onthulde ook dat Amerikaanse inlichtingendiensten grote sommen geld doorsluisden naar de rechtse christendemocraten in Italië en andere ‘anticommunistische’ politieke partijen tijdens de Koude Oorlog. Gladio kwam volgens de Washington Post in 1959 onder het bevel van de NATO (22).
De richtlijn omvatte ook “Activiteiten met betrekking tot: propaganda, economische oorlogsvoering; preventieve directe actie, waaronder sabotage-, anti-sabotage-, sloop- en evacuatiemaatregelen; ondermijning van vijandige staten, waaronder hulp aan ondergrondse verzetsbewegingen, guerrillastrijders en bevrijdingsgroepen voor vluchtelingen, en steun aan inheemse anticommunistische elementen in bedreigde landen van de vrije wereld.”
In bijlage 5 van de richtlijn wordt de uitvoering verduidelijkt: “De Nationale Veiligheidsraad … heeft bepaald dat, in het belang van de wereldvrede en de Amerikaanse nationale veiligheid, de buitenlandse informatieactiviteiten van de Amerikaanse regering moeten worden aangevuld met geheime psychologische operaties”.
“De gelijkenis van operationele methoden die betrokken zijn bij geheime psychologische en inlichtingenactiviteiten en de noodzaak om hun geheimhouding te waarborgen en kostbare duplicatie te voorkomen, maakt de Central Intelligence Agency CIA, de logische instantie om dergelijke operaties uit te voeren. Vandaar dat de Nationale Veiligheidsraad de directeur van de centrale inlichtingendienst opdracht geeft om, binnen de grenzen van de beschikbare middelen, geheime psychologische operaties te initiëren en uit te voeren…” (23).
X.
Operatie Gladio was een in 1952 gestart geheim ‘Stay behind’-netwerk in Italië, gesponsord door de CIA en de NATO, om in geval van een communistische machtsovername in Italië of bij een Russische inval in andere landen het verzet te organiseren. De eerste voorbereidingen werden al in 1947 getroffen, het jaar dat de CIA werd opgericht. Gladio was actief in België (SDRA8), in Nederland (O&I), in Denemarken (Absalon), in Duitsland (TD BDJ), in Griekenland (LOK), in Noorwegen (ROC), in Portugal (Aginter Press), in Spanje (Red Quantum), in Zwitserland (P26), in Turkije (Özel Harp Dairesi), in Zweden (AGAG – Aktions Gruppen Arla Gryning), in Frankrijk (Glaive – Plan Bleu), in Oostenrijk (OWSGV), Italië (Gladio). Het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten speelden een rol in de strategische planning. Na de opheffing van de activiteiten bevestigden de Belgische, Duitse, Franse en Griekse overheden alle te hebben deelgenomen aan het NATO-‘Stay behind’-netwerk (24).
Zowel de Amerikaanse als de Britse inlichtingendiensten maakten zich zorgen over de mogelijke invasie van West-Europa door Sovjet-Rusland. In werkelijkheid zochten ze een drogreden om zelf een Amerikaanse invasie in West-Europa te realiseren, zoals nu, in 2025. OSS (CIA), SOE (MI6) vormden clandestiene militaire eenheden in heel Europa (25).
Die zogenaamde ‘Stay behind’ paramilitaire eenheden maakten gebruik van lokale middelen en neonazistische activisten. Het communisme en haar staatsatheïsme bedreigde de rooms-katholieke kerk, het marxisme bedreigde het kapitalisme. Het internationale socialisme (proletarisch internationalisme), gericht op klassenstrijd, bedreigde de hiërarchie van het westerse establishment. De communistische ideologie werd gezien als het grootste gevaar (26).
Gladio-eenheden werden niet alleen in Europa ingezet. Een belangrijk operatiegebied was Turkije. De Turkse ‘Stay behind’ groepen werden contraguerrilla genoemd en hun trainingspakket bevatte onder meer de ‘US Army Field Manual 31-15: Operations Against Irregular Forces’ uit 1961. Deze handleiding bood een schema van de geplande celstructuren, inclusief het gebruik van terroristencellen. Hoewel het zogenaamd verwijst naar hoe een vijand zich kan organiseren, is het dezelfde voorgestelde Gladio-structuur die wordt gegeven in het rapport van de strijdkrachten van 1959.
De benoeming van generaal Lemnitzer in 1963 suggereert ook de mogelijke verandering van focus in de vroege jaren 60.
Een ander omstreden document is de ‘U.S. Army Field Manual 30-31b: Stability Operations – Intelligence: Special Fields’ uit 1970(27). Die handleiding werd ontdekt toen de politie het huis van Licio Gelli binnenviel. Gelli (28) had de leiding over de neofascistische ‘Propaganda Due’ (P2), een vrijmetselaarsloge (29). Leden van P2 waren vooraanstaande globalisten en onder meer ‘commandanten van de strijdkrachten, chefs van de geheime dienst, hoofden van politie, generaals, admiraals, krantenredacteuren, mediamagnaten, topzakenlieden en bankiers’.
Gelli beweerde dat een vriend bij de CIA hem de handleiding had gegeven. In tegenstelling tot officiële ontkenningen van de CIA, werd de mogelijke authenticiteit ervan ondersteund door de voormalige adjunct-directeur van de CIA, Ray S. Cline, die vermoedde dat het om een authentiek document ging.
Gelli was verantwoordelijk voor de marteling en moord op honderden Joegoslavische partizanen tijdens de oorlog. Hij werd dubbelagent voor zowel de CIA als de KGB en speelde een belangrijke rol bij de vorming van zowel extreemrechtse als extreemlinkse terroristische organisaties in Europa. Als voormalige medewerker en vertrouweling van Benito Mussolini, had Gelli connecties met de wereldwijde machtselite. Hij was ‘een goede vriend’ van paus Paulus VI, Juan Peron van Argentinië, Silvio Berlusconi en Muammar Khaddafi.
In de handleiding staat: “Er kunnen tijden zijn dat regeringen van het gastland passiviteit of besluiteloosheid tonen in het licht van communistische ondermijning en volgens de interpretatie van de Amerikaanse geheime diensten, niet met voldoende doeltreffendheid reageren. Dergelijke situaties doen zich meestal voor wanneer de revolutionairen tijdelijk afzien van het gebruik van geweld en zo een voordeel hopen te behalen, aangezien de leiders van het gastland de situatie ten onrechte als veilig beschouwen…
De inlichtingendienst van het Amerikaanse leger moet over de middelen beschikken om speciale operaties te lanceren die de regeringen van het gastland en de publieke opinie zullen overtuigen van het reële gevaar en van de noodzaak tot tegenmaatregelen. Daartoe moet de inlichtingendienst van het Amerikaanse leger proberen de opstand te infiltreren door middel van agenten met een speciale opdracht, die als taak hadden speciale actiegroepen te vormen, onder de meer radicale elementen van de opstand.
Wanneer de hierboven beschreven situatie zich voordoet, moeten deze groepen, die handelen onder controle van de inlichtingendienst van het Amerikaanse leger, worden gebruikt om gewelddadige (terreur en moorden) of niet-gewelddadige acties (propaganda) te ondernemen, afhankelijk van de aard van de zaak.”
Het doel was om sociale verdeeldheid te bevorderen, het publiek te desoriënteren en onrust aan te wakkeren, het manipuleren van de ‘reactie’ van het publiek (30).
Mensen uit linkse hoek werden bespioneerd, gekidnapt, gemarteld, gedood. Later werden linkse groeperingen van de wandaden beschuldigd. Het Vaticaan dreigde met excommunicatie (like it means something) voor wie de communisten steunde. De katholieke doctrine heerste over de zeer katholieke Italiaanse bevolking.
Daartegenover stonden de communisten. Zij hadden de nazi’s verslagen, ze hadden Mussolini vermoord en waren succesvol bij de bevolking. Dus, om een mogelijke communistische verkiezingsoverwinning te verhinderen ging de CIA zich in de Italiaanse verkiezingen mengen met vervalsingen en omkoperij (31).
XI.
Na de Conferentie van Jalta (Krim) werden documenten vrijgegeven die de wens toonden om de opkomst van de linkse bewegingen te stoppen: (32) “De Sovjets zijn blijkbaar van plan via de nationale communistische partijen linkse coalities te vormen die leiden tot een grote mate van communistische controle in nationale regeringen (33).”
Het document schetst de mogelijke rol van het Vaticaan in de strijd tegen het communisme. In Midden- en Zuid-Europa werden conflictlijnen getrokken tussen katholieken en (neo)nazi’s aan de rechterkant, en communisten aan de linkerkant.
Ook de Sovjets exploiteerden de talenten van de voormalige nazi’s. Operatie Osoaviakhim (34) verplaatste nazi-wetenschappers, technici, hun fabrieken en onderzoeksfaciliteiten uit de bezette gebieden naar Rusland, waar de nazi’s (en anderen) gedwongen werden om aan Koude Oorlog projecten te werken.
Enerzijds werden nazioorlogsmisdadigers berecht in Neurenberg (35), anderzijds werkten figuren als Gelli samen met westerse inlichtingendiensten om de ontsnapping van oorlogscriminelen te vergemakkelijken. Met de hulp van door het Vaticaan verstrekte paspoorten werkte Gelli bijvoorbeeld samen met Gehlen om de ‘Rat Line’ (rattenlijn) (36) op te zetten die nazi’s naar de relatieve veiligheid van Midden- en Zuid-Amerika smokkelde. Klaus Barbie (de ‘slager van Lyon’) bijvoorbeeld werd gerekruteerd door het 66e detachement van het ‘U.S. Army Counter-intelligence Corps’ (CIC). Vanuit zijn huis in Bolivia adviseerde hij later een aantal regeringen over het opzetten van doodseskaders, met moordend succes in Chili, Argentinië, El Salvador en elders.
XII.
Italiaans onderzoek naar de “Years of Lead” (37) onthulde de hand van de NATO in een reeks terroristische acties in Italië in de jaren 50 tot 80. Premier Andreotti verklaarde dit in augustus 1990 officieel voor het Italiaanse parlement. De terreuracties omvatten bomaanslagen, moorden, ontvoeringen en massale schietpartijen. Elementen binnen de Deep State van de NATO gebruikten routinematig false flag-terrorisme om de publieke opinie te beheersen en te manipuleren. Dit is geen speculatie van ‘gekke samenzweringstheoretici’ (38), het is een bewezen, goed gedocumenteerd historisch feit.
De netwerken werden internationaal gecoördineerd door het ‘Allied Clandestine Committee’ (ACC) en het ‘Clandestine Planning Committee’ (CPC), dat verbonden was met ‘S.H.A.P.E.’, een NATO-onderdeel in Casteau, een dorpje in de buurt van Mons/Bergen in België. Er werd gespeculeerd over contacten tussen het Belgische Gladio-netwerk en de ‘Bende van Nijvel’, de ‘Cellules Communistes Combattantes’ (CCC), het ‘Front de la Jeunesse’ en ‘Westland New Post’ (WNP). In Luxemburg werd een verband gelegd met de ‘Bommenleggeraffaire’ van 1984-’86.
Enkele maanden nadat premier Andreotti in Italië het bestaan van het netwerk publiek maakte op 14 november 1990, bevestigde Guy Coëme, toen minister van oorlog, officieel het bestaan ervan in België. De moorden op communistenleider Julien “Vive la République” Lahaut in 1950 en op rijkswachter Peter De Vleeschauwer in 1996, de Bende van Nijvel, de CCC, de Roze Balletten en voorbereidingen tot een staatsgreep in 1973 – gesponsord door Paul Latinus (WNP), Emile Lecerf en Francis Dossogne – zijn enkele zaken die gelinkt zouden zijn aan Operatie Gladio. Zowel premier Wilfried Martens als oorlogsminister Guy Coëme beweerden onwetend te zijn over enig geheim netwerk. De Belgische oud-oorlogsminister Francois-Xavier de Donnea zei dat paramilitaire oefeningen “misschien al een of twee jaar geleden” geschrapt waren. Tijdens zijn ambtstermijn van 1985 tot 1988 werd hij naar eigen zeggen geïnformeerd over de netwerkoperaties (39).
XIII.
In Spanje was het netwerk betrokken bij de autoritaire regering van Franco en zijn Falangisten. In West-Duitsland werden in 1980 voor een aanslag in München, explosieven gebruikt die afkomstig waren van een Gladio-arsenaal. In Oost-Turkije was de ‘contraguerrilla’ (onderdeel van Gladio) betrokken bij terreur en marteling tegen Koerden. In Griekenland zou LOK hebben deelgenomen aan de militaire staatsgreep van 1967, waarbij de monarchie viel (40). Bij de ontmanteling van “Sheepskin”, een anticommunistisch netwerk, werden volgens American Press geheime opslagplaatsen met munitie en ander militair materiaal ontdekt tussen 1985 en 1988. (41).
Het Europees Parlement publiceerde in november 1990 zijn ‘Resolution on the Gladio Affaire’ (42). Dit document van één pagina vermeldde een aantal bekende feiten met betrekking tot de jaren durende geheime operatie Gladio:
“… in bepaalde lidstaten waren militaire geheime diensten (of ongecontroleerde takken daarvan) betrokken bij ernstige gevallen van terrorisme en misdaad, zoals blijkt uit verschillende gerechtelijke onderzoeken.”
“… deze organisaties opereerden en opereren volledig buiten de wet, aangezien ze niet onderworpen zijn aan enige parlementaire controle, en vaak worden degenen die de hoogste regerings- en constitutionele posten bekleden, in het ongewisse gelaten over deze zaken.”
“… verschillende ‘Gladio’-organisaties beschikken over onafhankelijke arsenalen en militaire middelen die hen een ongekend aanvalspotentieel geven, waardoor de democratische structuren van de landen waarin ze actief zijn of zijn geweest, in gevaar worden gebracht.”
“Het Europees parlement protesteert krachtig tegen de aanname door bepaalde Amerikaanse militairen bij S.H.A.P.E. en bij de NATO, van het recht om de oprichting in Europa van een clandestien inlichtingen- en operatienetwerk aan te moedigen” en ”alle clandestiene militaire en paramilitaire netwerken te ontmantelen.”
De reactie van de NATO, CIA en MI6 – die bij de oprichting van Gladio betrokken waren, was zwak. Ze weigerden er deels over te praten op grond van ‘nationale veiligheid’ – daar gaan we weer – of ‘militaire geheimhouding’, maar lieten de bevindingen van het Italiaanse en het Europees Parlement onbetwist. Tot zo ver de ‘officiële versie’. Het Europees Parlement droeg zijn lidstaten op om de Gladio-netwerken uit te schakelen en droeg de NATO op de operatie stop te zetten, wat wijst op de betrokkenheid van de NATO.
XIV.
Het is echter discutabel in hoeverre de NATO ooit de volledige controle over Gladio had. Gladio’s gebruik van ‘Stay behind’ eenheden dateerde van vóór de vorming van de NATO in 1949. Het plan werd bedacht door de inlichtingendiensten O.S.S en SOE. De praktische werking ervan stond onder toezicht van hun opvolgingsorganisaties, de CIA en MI6. De Italiaanse ‘Servizio Informazioni Difesa’ (SID) was er ook bij betrokken. De NATO, onder auspiciën van S.H.A.P.E. zou de zaken hebben geleid. In 1957 was de operationele controle over Gladio echter bij het ‘Allied Clandestine Committee’ (ACC) ondergebracht, waarop de Amerikaanse ‘Supreme Allied Commander’ in Europa – die rechtstreeks rapporteerde aan het Pentagon – toezicht hield. In 1963 werd dat bevel overgenomen door generaal Lyman Lemnitzer (43) die het voorstel goedkeurde om false flag aanvallen te gebruiken om een militaire confrontatie tussen de VS en Cuba uit te lokken (44).
Dat wordt in augustus 2025 bevestigd door Kolonel Roxanne Watkins in een interview met Clayton Morris (Redacted). De overtuiging en de timing van Lemnitzer’s benoeming zijn echter opmerkelijk. De ‘disconnectie’ tussen Europese staten en het operationeel beheer van Gladio werd benadrukt door de Franse terugtrekking uit de NATO onder generaal Charles De Gaulle (45) in 1966. Dit viel niet samen met het einde van de Franse Gladio-operaties. Het is mogelijk dat niet alle NATO-lidstaten volledig op de hoogte waren van wat er aan de hand was.
In Portugal vormde de CIA de extreemrechtse organisatie Aginter Press die geleid werd door voormalig Vichy-regeringsagent en nazi-sympathisant Jean-Robert de Guernadec. Ogenschijnlijk een persbureau maar in feite een dekmantel voor de opslag en verzending van wapens en de training van extremistische huurlingen, van wie velen onderricht kregen in geheime militaire technieken in de School of the America’s (46) in Panama. Er is geen bewijs dat de Portugese inlichtingendienst (PIDE) kennis had van de verborgen agenda van Aginter Press.
XV.
De ontmaskering van Gladio onthulde ook de steun aan binnenlandse anticommunistische krachten in de vorm van financiering, logistiek en materiële steun aan neonazi’s en andere terreurgroeperingen. In Italië uitte zich dat in de moord op Aldo Moro en vijf van zijn medewerkers in 1978. In München was het de bomaanslag tijdens de oktoberfeesten van 1980. Daarbij vielen 13 doden en enkele honderden gewonden. In België kwamen bij aanslagen tussen 1982 en 1985, toegeschreven aan “de Bende van Nijvel”, 28 mensen om het leven en vielen 40 gewonden. Al deze moorden werden in verband gebracht met Gladio.
Het Europees Parlement stelde terecht dat Gladio-agenten betrokken waren bij ernstige gevallen van terrorisme maar verzuimde erbij te vermelden dat Gladio meewerkte aan ‘false flag’ terreuracties. Westerse inlichtingen- en veiligheidsdiensten waren betrokken bij de orkestratie van verschrikkelijke misdaden tegen Europese burgers. Er is een schat aan bewijsmateriaal om dat boven alle redelijke twijfel te ondersteunen.
In mei 1972 kwamen in Italië drie carabinieri om in een explosie toen ze een verdachte auto onderzochten. Die aanslagen werden bekend onder de naam ‘de Peteano-bomaanslagen’ (47). De uiterst linkse terreurgroep, de Rode Brigade, kreeg de schuld. Marco Morin, een explosievenexpert, rapporteerde dat de gebruikte explosieven dezelfde waren als degene die eerder door de Rode Brigade werden gebruikt. De Italiaanse autoriteiten traden hard op tegen de terreurgroep en andere bekende communisten. Meer dan 200 linkse activisten werden gearresteerd.
Maar in 1984 heropende rechter Felice Casson (48) het onderzoek en ontdekte hiaten, onder meer dat het rapport van Morin een vervalsing was. De gebruikte explosieven waren C4 van militaire kwaliteit en kwamen uit het arsenaal van Verona. Casson ontdekte ook dat in 1972 een wapenopslagplaats met C4 explosieven werd gevonden in Triëst. De vondst werd door de Italiaanse overheid verzwegen.
Casson identificeerde een nationaal netwerk van verborgen NATO-wapens, explosieven en munitievoorraden die door Gladio-agenten werden gebruikt. Het onderzoek onthulde dat er 139 geheime wapenopslagplaatsen ontdekt werden (49). Casson beval de arrestatie van Vincenzo Vinciguerra die lid was van de neonazistische paramilitaire groepering Ordine Nuovo (Nieuwe Orde). Ook de bomexpert Marco Morin, die in 1972 het explosievenbewijs vervalste, was lid. Vinciguerra gaf toe verantwoordelijk te zijn voor de Peteano-bomaanslag, bijgestaan door de Italiaanse SID (50).
XVI.
Het is verstandig om voorzichtig te zijn met beweringen van criminelen in de rechtbank, maar de verklaringen van Vinciguerra zijn bevestigd door anderen, zoals het Italiaanse en het Europees Parlement, en worden ondersteund door zowel fysiek als schriftelijk bewijs. Mogelijk was hij een vooraanstaand figuur binnen de Gladio-hiërarchie. Hij was in elk geval goed op de hoogte en zijn verklaringen kwamen overeen met zowel de officiële onthullingen als met het onderzoek naar Operatie Gladio door anderen, waaronder de rechterlijke macht.
Opmerking: De waarde van Vinciguerra’s verklaring wordt in twijfel getrokken omdat hij een crimineel is. Een logische vraag die daaruit volgt: Welke waarde kan je hechten aan de verklaringen van de CIA? De verklaringen van William Colby en Ray Cline zijn tegenstrijdig (51). De uitspraak van Mike Pompeo “We liegen, we bedriegen, we stelen” maakt de CIA-verklaringen alleen maar onbetrouwbaarder.
In tegenstelling tot de bewering van Andreotti, dat de 127 wapenopslagplaatsen waren ontmanteld en dat Gladio niet betrokken was bij de “Years of Lead”, lijkt Vinciguerra’s verklaring plausibeler, gezien het bewijs. Hij verklaarde, dat vanaf de bomaanslag op Piazza Fontana in Milaan in 1969, waarbij 17 mensen om het leven kwamen, tot het bloedbad van 85 mensen op het treinstation van Bologna in 1980, Gladio-agenten er nauw bij betrokken waren. De aanvallen werden ten onrechte toegeschreven aan uiterst links, maar werden uitgevoerd door uiterst rechtse Gladio-eenheden.
Vinciguerra beschreef het doel van de “false flag”-aanvallen:
“Je moest burgers aanvallen, de mensen, vrouwen, kinderen, onschuldige mensen, onbekende mensen ver verwijderd van welk politiek spel dan ook. De reden was vrij eenvoudig. Ze moesten het Italiaanse publiek dwingen zich tot de staat te wenden om meer veiligheid te vragen. Dit was precies de rol van rechts in Italië. Het plaatste zichzelf in dienst van de staat, die een strategie creëerde die toepasselijk de ‘Strategie van spanning’ werd genoemd, in zoverre dat ze gewone mensen moesten overtuigen om dat op elk moment gedurende een periode van 30 jaar, van 1960 tot midden jaren tachtig, te accepteren. De noodtoestand kon worden uitgeroepen. Mensen zouden dus graag een deel van hun vrijheid inruilen voor de zekerheid dat ze over straat konden lopen, in de trein konden stappen of een bank konden binnengaan. Dit is de politieke logica achter alle bomaanslagen. De daders blijven onbestraft omdat de staat zichzelf niet kan veroordelen.”
De ‘Strategy of Tension’ (52), beschreven door Vinciguerra, was geen defensieve tegenmaatregel om te gebruiken in het geval van buitenlandse bezetting, maar een offensieve campagne, bedoeld om de publieke opinie te manipuleren. Een van de vrijgegeven documenten met betrekking tot Gladio was het rapport van “Servizio Infromazioni Delle Forze Armate” uit 1959 over Gladio (53).
XVII.
Gladio bracht ook een andere, minder comfortabele waarschijnlijkheid naar voren. Het lijkt duidelijk dat gekozen soevereine regeringen geen operationele leiding hadden. Dit suggereert dat er een andere regeringsvorm was, verborgen voor zowel het publiek als voor velen binnen het politieke establishment, die buiten de rechtsstaat opereerden, zonder democratisch toezicht of controle. Een ‘Deep State’ (54). Sommige vooraanstaande figuren uit de gevestigde orde, zoals Andreotti, Gelli en Lemnitzer, wisten van Gladio, evenals enkele terroristische extremisten, zoals Vinciguerra, die werden ingezet om onder haar gezag burgers te vermoorden. Het is waarschijnlijk dat slechts een kleine minderheid van de betrokkenen een volledig begrip zou hebben gehad van de algemene doelstellingen van de operaties. Het waren deze individuen, waaronder veel toegewijde nazi’s en neofascisten, die in feite een parallelle Europese regering hadden gevormd, die in staat was om zonder enige terughoudendheid aanzienlijke staatsmiddelen te gebruiken om elk doel te bereiken dat zij nodig achtten. De mensen die deze activiteiten financierden, het publiek, waren de laatsten die hiervan op de hoogte waren, omdat zij het doelwit waren.
Gladio bewijst dat door de staat gesponsord terrorisme – onder valse vlag – tegen de eigen bevolking van het gastland een historisch feit is. Het onvermogen en de frequente weigering van anderen om zelfs maar naar het bewijsmateriaal te kijken, kan ontmoedigend zijn. Tenzij we de realiteit van staatsterrorisme erkennen, zullen deze misdaden doorgaan. Dit kan de samenleving alleen maar leiden naar nooit eindigende conflicten en onderdrukking. Elke keer dat er een mogelijke valse vlag of door de staat gecontroleerde terroristische aanslag plaatsvindt, zoals 9/11 of 7/7, groeit de wanhoop.
In de ‘Resolution on the Gladio Affair’ van het Europees Parlement uit 1990 werd de betrokken staten gevraagd om hun respectieve Gladio-besmettingen te zuiveren. Tot op heden hebben alleen België, Italië en Zwitserland gerelateerde onderzoeken gestart. Als het doel van Gladio was zoals beschreven door Vinciguerra, dan was het een succes. Mensen in heel Europa werden afgestoten door extreem-links ‘terrorisme’. Ze wendden zich tot de staat voor bescherming en dat was de bedoeling (55).
XVIII.
Ondanks de schijnbeweringen van de VS over ‘uit de NATO stappen’ blijft één ding overeind: in de nieuwe wereldorde is de NATO overal aanwezig. Onder Amerikaanse bevoegdheid. Een soort mega-Gladio. De bewegingsvrijheid voor de bewoners wordt beperkt. Hun functie is meewerken aan de grondstoffenroof want daar draait alles rond. Herinner je de uitspraak van Elon Musk over Bolivia en lithium: “We pakken wat we willen”. Al eens geverifieerd waarvoor de CIA gelieerde Musk zijn Starlink-systeem inzet? Kijk maar naar Oekraïne.
Musks’ joviale verschijning als voorvechter van vrijheid in de sociale media is niet bepaald een bewijs van zijn goede bedoelingen. Er is mist en er zijn rookgordijnen.
Ook strategisch gelegen eilanden zijn prooien voor de roofdieren. Groenland is een bekende prooi, of Denemarken dat nu leuk vindt of niet. En het zou niet de eerste keer zijn dat een NATO-land een Europees land aanvalt (zie hoofdstuk NATO). Belgrado is nog niet vergeten. De stad werd in 1999 meer dan twee maanden lang dagelijks platgebombardeerd door de ‘verdedigingsalliantie’ NATO (56).
Met de karakterloze Rutte wordt vrede in Oekraïne een moeilijke zaak. De NATO is een geldmachine voor de wapenindustrie en die zijn niet geneigd hun lucratieve oorlogsbezigheden op te schorten voor ‘vrede’. In vrede zit geen geld. Rutte profileert zich als kruipdier voor de VS. Hij doet alles om hun hielen te likken. Hij probeert aan Europa zijn plannen te verkopen om Oekraïne te integreren in de NATO-illusie en verwijst daarbij naar ‘het agressieve Rusland dat Europa zal binnenvallen’, een absurd idee dat via de Europese poedelpers in de hoofden van de Europeanen gepompt wordt zonder dat er ook maar één aanwijzing voor is. Rusland is niet degene die de vredesvoorstellen en akkoorden opgeblazen heeft.
De poedel bedreigt de beer en wil geld, veel geld van de burger, om zijn onbereikbaar doel te bereiken (57). Als ‘Greedy’ Rutte zijn zin krijgt en Zelensky blijft pushen voor NATO-lidmaatschap, zal Oekraïne van de kaart geveegd worden. Daarom, orakelt Rutte, is een investering van 2 % van het BNP voor de oorlogsmachine onvoldoende. Die bijdrage moet pakken hoger liggen, want “over vier tot vijf jaar zal Poetin Europa binnenvallen”. Nog meer geld dus. Hij blijft herhalen dat NATO een eensgezind blok is, maar de verdeeldheid is groter dan hij ziet of wil zien (58).
Rutte zegt dat hij spreekt voor Nederland, voor België, voor Duitsland … maar de realiteit is dat hij niet spreekt voor de Nederlanders, niet voor de Belgen, niet voor de Duitsers, daar heeft hij helemaal geen mandaat voor. Alle sociale steunpilaren van de rechtsstaat worden aangevreten door zijn roversklasse. De belastingbetaler wordt geconfronteerd met een uitgehold pensioen, verlies van werklozensteun, minder koopkracht, minder vrijheid, minder spreekrecht, minder veiligheid, minder privacy, minder rechten, meer plichten en controle. De postbedeling functioneert enkel nog om rekeningen, belastingbrieven en boetes te bezorgen. De mazen van het sociale opvangnet worden zo groot dat iedereen erdoor valt. En daarom is er geen eensgezindheid binnen de NATO mogelijk. Daarom is die geforceerde oorlogstaal niets meer dan ongefundeerd opportunisme.
Poetin zegt: “Begrijpt u het of niet dat, als Oekraïne zich bij de NATO aansluit en probeert de Krim met militaire middelen terug te winnen, de Europese landen automatisch in een oorlogsconflict met Rusland terechtkomen? Natuurlijk zijn de mogelijkheden van de NATO en Rusland onvergelijkbaar. Dat begrijpen we. Maar we begrijpen ook dat Rusland een van de leidende kernmachten is en op sommige moderne onderdelen zelfs veel beter presteert. Er zullen geen winnaars zijn. En u zult tegen uw wil in dit conflict worden meegesleurd.” (59).
Poetin staat open voor vredesgesprekken maar wil meer garanties voor de uitvoering ervan en dat is begrijpelijk. Het vredesakkoord van 2014 was nep, geen poging tot vrede. Het doel was tijd winnen voor een versterking van het Oekraïense front. Dat lukt geen twee keer. En als Oekraïne een NATO-lidstaat wordt, zijn alle NATO-lidstaten verplicht Oekraïne te steunen in geval van conflict. Zodra Zelensky erin slaagt de NATO-deal voor elkaar te krijgen zal hij niet nalaten dat conflict uit te lokken.
XIX.
Kolonel Roxine Towner Watkins, gepensioneerd officier van de Amerikaanse luchtmacht en dertig jaar militaire dienst waaronder een tijd bij het centrale commando in het Pentagon, levert kennis en inzicht uit eerste hand en brengt de puzzelstukjes over operatie Gladio samen.
Vóór WO2 was er een machtsstructuur van oligarchische telecommunicatiebedrijven met hun eigen ingebouwde paramilitaire en inlichtingenfuncties. Na WO2 werden die functies bij regeringen ondergebracht. De CIA werd opgericht, West-Duitsland richtte de BND op, Korea de KCIA. Ze zitten overal ter wereld en worden gecoördineerd en getraind om samen te werken. Veel van hun functies werden uitbesteed aan contractanten zoals Halliburton en Blackwater. Ze profiteren van het omverwerpen van regeringen om zich de grondstoffen toe te eigenen die ze als koloniale machten hadden ingepikt onder het mom de wereld te redden van boemannen als ‘communisme’ of ‘Hitler’, of ‘de nieuwe Hitlers’. Achterblijvende legers vormden een derde partij om landen te verkrachten en de grondstoffen te plunderen. We zien dat in Somalië, we zien dat in Syrië. Om het Syrische volk en hun olievelden te beschermen tegen zichzelf. Het gebeurt nog steeds. Chaos creëren om de controle te behouden over de grondstoffen. Zelfs al moeten ze daarvoor hun grote vijand, koppensneller en ‘terroristenleider’ tot president promoveren.
Over hypocrisie gesproken, de naam Allen Dulles komt vaak voor in dit netwerk, evenals generaal-majoor Lyman Lemnitzer. Allen Dulles was minister van buitenlandse zaken en directeur van de CIA. Zijn broer John Foster Dulles was stafchef van Eisenhower. De Dulles broers waren betrokken bij georganiseerde misdaad, een dossier waarin ook Donald Trump vernoemd wordt (60).
“Heel wat mensen vinden generaal Eisenhower een geweldige kerel. Laat ik je verzekeren, dat was hij niet”, zegt Watkins. Hij hield niet alleen toezicht op de totstandkoming van Operatie Gladio toen hij in Europa was. Toen hij president werd, was hij degene die Mossadeq in Iran omverwierp, hij was degene die deze organisatie gebruikte om de president in Guatemala omver te werpen.
XX.
De Dulles broers werkten voor advocatenkantoor Sullivan en Cromwell, die de belangen vertegenwoordigden van de oligarchen. Ze werkten niet voor de Verenigde Staten maar voor de oligarchen. Ook George H.W. Bush maakte er deel van uit, en John Kerry. Die laatste werd minister van buitenlandse zaken. George H.W. Bush werd directeur van de CIA en later president van de VS. Het is een patroon dat zich blijft herhalen.
Er was de ontmoeting tussen Allen Dulles, Lyman Lemnitzer en nazi-generaal Karl Friedrich Otto Wolff, een Duitse SS luitenant-generaal en generaal in de Waffen-SS, chef van de persoonlijke staf van Heinrich Himmler, en vriend van Reinhard Heydrich, de ‘Slager van Praag’, nazileider in Tsjechië tijdens het naziregime. Wolff was ook parlementslid voor de NSDAP. Dat is belangrijk want de Stay behind eenheden werden oorspronkelijk weerwolfeenheden genoemd onder Hitler. In Turkije kregen ze de naam ‘Grijze wolf-eenheden’. Die werden in Oekraïne opgezet toen Hitler de Sovjet-Unie binnendrong. De Oekraïense nazisymboliek is direct terug te voeren tot Bandera en andere nazi’s die persoonlijk opgeleid werden door Otto Scorzeny, die zowel voor Reinhardt Gehlen als voor generaal Wolff werkte.
XXI.
Skorzeny werd geboren in Wenen, Oostenrijk, op 12 juni 1908. Hij sloot zich in 1930 aan bij de Oostenrijkse nazipartij en was een groot voorstander van een unie met Duitsland. Met zijn 1,93 meter lengte werd Skorzeny benoemd tot Hitlers persoonlijke lijfwacht. In februari 1940 trad hij in dienst bij het Duitse leger als artillerieofficier en tijdens het West-offensief diende hij bij de Schutz Staffeinel (SS). Hij ‘vocht’ in Nederland en Frankrijk. Ook de Franse OAS werd door Skorzeny getraind. Na zijn promotie tot luitenant werd hij naar Joegoslavië gestuurd voor de Balkancampagne.
Op 29 juli 1943 had Adolf Hitler een ontmoeting met Skorzeny over de mogelijkheid om Benito Mussolini te redden, die gevangen zat in de Abruzzische Apennijnen. Skorzeny stemde toe en op 13 september werd Mussolini bevrijd. Skorzeny bracht hem in veiligheid. In februari 1944 stuurde Hitler Skorzeny erop uit om Tito te vermoorden. De partizanenleider wist te ontsnappen. Skorzeny had meer succes in oktober 1944 toen hij Miklos Horthy, de Hongaarse leider ontvoerde, die Hongarije wilde overgeven aan het oprukkende Rode Leger.
Skorzeny werd op 15 mei 1945 door Amerikaanse troepen gearresteerd. Hij werd berecht voor oorlogsmisdaden, maar in september 1947 vrijgesproken en overgedragen aan de Duitse autoriteiten. In juli 1948 wist hij te ontsnappen. Hij vestigde zich in Spanje, waar hij bescherming genoot van generaal Francisco Franco. Skorzeny overleed in 1975 in Madrid.
XXII.
De kiem van wat we vandaag in Oekraïne zien, werd gelegd door de Stay behind eenheden. Ze hadden allemaal verschillende namen maar worden nu algemeen Operatie Gladio genoemd omdat Italië het enige land was dat diepgaand onderzoek deed. Alle betrokken landen werden voorzien van wapenvoorraden waaronder geweren, C4-explosieven, communicatieapparatuur en geld. Alles werd begraven in bosrijk gebied. De enige twee personen van de 15 leden die ze kenden, waren de leider en de assistent-leider. Ze kenden geen namen van andere burgers, ze noemden hen weerwolfeenheden. Overdag waren ze burgers, ’s nachts moordenaars. William Colby, later CIA-directeur, zette de groepen op in Zweden, Noorwegen en Denemarken. Er was toen nog geen Sovjetdreiging.
Mussolini, die Italië tientallen jarenlang als fascistisch dictator regeerde, en de Sovjetatheïsten die de katholieke kerk, het heilig huisje van Italië, zouden vernietigen, vormden een bedreiging. De eerste operatie waren de verkiezingen in Italië in 1948. Eén van de kandidaten was pro-NATO, de andere werd bestempeld als communistisch sympathisant.
Criminelen als de familie Rockefeller en Nederlands Royal Petroleum waren ondertussen op jacht naar goud en olie in Indonesië. Soekarno werd aan de kant gezet en de Amerikaanse marionettenregering van Soeharto werd geïnstalleerd. De dreiging van het communisme werd het argument om de grondstoffen van het land te plunderen. Maar of het nu olie of goud was, en ze logen over wat ze als royalty’s aan het Indonesische volk teruggaven. En dat nadat een miljoen mensen gedood werden als gevolg van de staatsgreep.
Dus al die gevallen waarin Operatie Gladio werd opgezet, waren gebaseerd op een of andere grondstof, een minerale bron of iets dergelijks in dat land. Het communisme was de boeman.
Lyman L. Lemnitzer was betrokken bij de verspreiding van de wapenvoorraden in Europa. Hij was de man van de logistiek achter Allen Dulles. Hij was de chef logistiek van Europa, cruciaal om de voorraden te krijgen waar ze nodig zijn. Hij was er niet alleen om te begrijpen waar al de voorraden zich bevonden die de nazi’s hadden aangelegd, maar ook om ze overal in Europa te plaatsen.
De volgende keer dat we Lemnitzer tegenkomen is hij viersterrengeneraal en voorzitter van de Joint Chiefs of States wanneer JFK aan de macht komt. Lyman was de auteur van Operatie Northwoods, de false flag operatie tegen Cuba. Na de weigering van JFK om de aanvallen uit te voeren werd Lemnitzer overgeplaatst en commandant benoemd bij de NATO waar hij diende als ‘Supreme Allied Commander Europe’ van 1963 tot 1969.
Zijn leiderschap in deze periode werd gekenmerkt door de grote uitdaging om het Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) van de NATO, van Frankrijk naar België te verplaatsen nadat president Charles de Gaulle de NATO in 1966 van Frans grondgebied had verdreven. Dat vereiste de verplaatsing van 800.000 ton aan militair materieel binnen een jaar, een taak die Lemnitzer succesvol volbracht en op 1 april 1967 opende het nieuwe hoofdkwartier in Casteau, België.
Reinhardt Gehlen van zijn kant wordt de West-Duitse tegenhanger van Allen Dulles bij de BND, de Duitse spionagedienst. Allen Dulles krijgt de leiding over de CIA. En ze hebben allebei de verspreiding van de achterblijvers over de hele wereld georkestreerd.
Kolonel Roxine Towner Watkins: “Ik vond ze in Iran toen de VS Mossadeq in 1953 omverwierp. Ze zaten in Guatemala. Ze waren verspreid over heel Latijns-Amerika. Ze waren overal in Afrika. Ze waren overal in Azië. Maar wie zijn deze mensen? Zijn het Amerikaanse militairen?
En wat was er aan de hand in Guatemala? Amerika vond het absoluut onaanvaardbaar dat China buitenlandse landbouwgronden bezat. Maar wie bezat de Guatemalteekse landbouwgrond? Wel, een Amerikaanse oligarch: United Fruit. Bananen. Onder de belangrijkste aandeelhouders van United Fruit waren de Dulles Brothers en de Rockefellers”. De verkozen Guatemalteekse president wilde niet dat buitenlanders landbouwgrond zouden bezitten.
XXIII.
Kolonel Roxine Towner Watkins: “In 1948 gebruikte de CIA tien miljoen dollar om de Italiaanse verkiezingen te beïnvloeden en ervoor te zorgen dat hun pro-NATO-man erbij betrokken raakte. Dat was hun eerste officiële inmenging in verkiezingen. Het is overduidelijk dat, zowel met die verkiezingen als met de verkiezingen van 2020, de CIA achter beide zit. Kijk waar Gina Haspel stond als deputy director van CIA Londen bij de oprichting van het Steele Dossier, haar betrokkenheid bij martelpraktijken en inmenging in verkiezingen over de hele wereld.”
Lyman, als auteur van Operatie Northwoods, wist alles over Gladio. Operatie Northwoods was een vrijgegeven document van meerdere pagina’s. Het bevatte een waslijst van terroristische operaties die in de Verenigde Staten uitgevoerd zouden worden, waarbij Amerikaanse burgers gedood zouden worden en Castro de schuld moest krijgen. Het is in feite al tientallen jaren het Gladio-element in de Verenigde Staten (Brigade 256).
Felix Rodriguez maakte deel uit van Brigade 256. Hij was in El Salvador. Hij was in Nicaragua. Hij was in Guatemala. Hij was in Vietnam tijdens het Phoenix-programma. Operatie Northwoods was bedoeld om een aantal van de door de CIA opgeleide Cubaanse ballingen in Miami te vervoeren, ze te verkleden in Castro-uniformen, ze bombardementen te laten plegen net zoals in Italië, mensen te doden, Castro de schuld te geven en vervolgens een grootschalige militaire invasie van Cuba te rechtvaardigen om Castro omver te werpen. Dat was Operatie Northwoods.
Toen JFK Operatie Gladio las, zei hij: “Ben je gek geworden? We gaan om geen enkele reden Amerikanen vermoorden.” Kennedy had net de Varkensbaai overleefd en wilde niet dat er nog meer militairen boos op hem waren. Dus hij heeft hem niet ontslagen maar met pensioen gestuurd en overgeplaatst uit de Joint Chiefs of Staff. Hij werd later commandant van de NATO.
XXIV.
Eén van de allerlaatste dingen die Eisenhower deed, was het ‘uitvaardigen van een bevinding’ om Patrice Lumumba te vermoorden, zoals dat heet als je de moord op een buitenlands staatshoofd beveelt. Ze vermoordden Patrice Lumumba drie dagen voordat JFK aantrad. JFK was minstens drie weken aan de macht voordat hij wist dat zijn CIA medeplichtig was aan de moord. Kennedy wist niet eens dat Lumumba dood was, omdat ze hem hadden ontvoerd. De aanloop ernaartoe was het Congolese uranium. Congo was de belangrijkste leverancier van uranium, destijds natuurlijk erg belangrijk vanwege de atoomwapens en omdat Congo net onafhankelijk was geworden van België, na 150 jaar kolonisatie.
Patrice Lumumba, hun eerste premier, had gezegd: “We willen niet dat België zich blijft verrijken aan ons uranium. We willen rechtstreeks zakendoen met de Verenigde Staten.” Hij vloog naar de Verenigde Staten maar vicepresident Nixon wilde hem niet ontmoeten. Dus hij moest naar de minister van Buitenlandse Zaken. En hij zei tegen de minister: “Ik verkoop je 100% van ons uranium, maar ik wil niet dat België er winst uit haalt.” Hij keerde terug en zei: “Okee, als je niet met me wilt onderhandelen, weet ik dat mijn standpunt hierover je niet bevalt.” Het IMF werd onmiddellijk uitgeschakeld. De Wereldbank wilde niet met hem praten. Dus ze wurgden hem economisch en hij had maar één optie: wapens krijgen voor wat hij wist wat ging komen. De enige die op dat moment zijn telefoon opneemt, is de Sovjet-Unie. Na dat telefoontje noemen ze hem een communist. Hij was geen communist. Maar omdat ze hem een communist noemden, en een memorandum over nationale veiligheid zei dat, als je als communist wordt bestempeld, we het recht hebben je te doden. En dus vaardigde Eisenhower ‘een bevinding’ uit om Lumumba te vermoorden. We weten dat je vier maanden voor je aantreden als verkozen president tot je aantreden op de hoogte moet worden gehouden van inlichtingenbrieven over waar je in terechtkomt. JFK wist er niets van.
Er bestond heel wat geheimzinnigheid rond Lumumba. Er zijn wel wat speculaties dat Kennedy ervan wist of dat hij er op de een of andere manier over ingelicht was. Maar daarover is niets zinnigs gezegd. “Ik heb wel verklaringen van CIA-agenten gezien waarin beweerd wordt dat hij niet ingelicht was”, zei Kolonel Roxine Towner Watkins.
Congo is maar één voorbeeld. Guatemala is een ander. Italië is nog een ander voorbeeld. Weten we hoeveel mensen er zijn omgekomen, hoeveel mensen vermoord waren door toedoen van deze NATO-achterblijvers? Niet direct door de omverwerping van deze regeringen, zoals in Indonesië, waar uiteindelijk een miljoen mensen omkwamen. Ook Cambodja werd gedestabiliseerd. Dat Pol Pot aan de macht kwam, was een direct gevolg van een door de CIA geïnitieerde staatsgreep.
De VS had mensen die in Cambodja trainden, mensen die in Laos trainden, in een van de meest verwoestende aspecten van dit alles. Ze rekruteerden oud-agenten uit heel de Verenigde Staten om naar de landen te gaan die ze wilden destabiliseren, om nationale politiediensten te trainen. Ze hadden een militaire adviesgroep. De CIA was daar en gebruikte die ook, nadat ze Mossadeq hadden geëlimineerd, onder de dekmantel van USA ID. Generaal Norman Schwarzkopf (Desert Storm), trainde terroristische organisaties onder het mom van ‘Openbare Veiligheid’. Mensen die het niet met Schwartzkopf eens waren, werden ontvoerd, gemarteld en verdwenen. Je vindt de Openbare Veiligheidsdienst in meer dan 50 landen over de hele wereld en in elk van deze landen is een dictator geïnstalleerd door de CIA, onder USA ID-paraplu.
Kolonel Roxanne Watkins gaat verder gedetailleerd in op de betrokkenheid van de CIA bij tal van inmengingen ten voordele van de oligarchen: Northwoods (een verlengstuk van Operatie Gladio), Mockingbird (het officiële verhaal voor de uitgekochte media), Operatie Phoenix, Operatie Condor waarbij Allende vermoord werd (staatsgrepen Brazilië, Uruguay, Argentinië, Cuba, Chili, Venezuela, ontvoeren en doodmartelen van tegenstanders), USA ID (CIA-front) en MK Ultra, eerder vernoemd (mind control-hersenspoelprogramma van de CIA). Het betrekken van Tibet en van de Oeigoeren om China te destabiliseren, de drugshandel uit de ‘Gouden Driehoek’, overgeheveld naar Taiwan (Formosa), daarna naar Afghanistan en ten slotte naar Colombia (de financiering van Iran-contra), het witwassen van de winsten van het Vaticaan, en meer van dat soort onfrisse praktijken. Het zou ons hier te ver leiden maar wie meer wil weten kan zelf aan de slag gaan met enkele trefwoorden.
Belangrijk is hier de gelijkenis tussen de ‘valse vlag’-operaties, zoals het zinken van de USS Liberty door Israël (1967), de pogingen om Castro uit te schakelen, met plannen om honderdduizenden Amerikanen te vermoorden en Cuba te beschuldigen. Kennedy blokkeerde die gang van zaken, wat uiteindelijk tot zijn dood zal leiden. Het gaat om scenario’s van destabilisatie die perfect vergelijkbaar zijn met Operatie Gladio. Gladio is levend en wel (61).
Wat eerlijkheidshalve altijd zou moeten vermeld worden bij een verslag of een overzicht is de aanwezigheid van informatie afkomstig uit A.I. gegenereerde verhalen. Dat gaat soms ongemerkt voorbij. Maar zijn die A.I.-gegevens wel betrouwbaar? Neem bijvoorbeeld het eerste deel van dit hoofdstuk Gladio. Van deel I tot en met deel VII (referentie 189) is de informatie gebaseerd op een A.I. gegenereerde documentaire. Er is geen wetgeving rond A.I. en dat leidt zonder twijfel tot misbruik, desinformatie, fake news, en al die mooie termen die gebruikt worden door de personen die zich in de eerste plaats met een wetgevend kader rond A.I. zouden moeten bezighouden. Een verplichte vermelding zou een stap in de goede richting zijn.
Bronnen:
(1) Jimmy Hoffa: https://www.britannica.com/biography/Jimmy-Hoffa
(2) Marcello https://www.imdb.com/name/nm0545228/
(3) https://www.britannica.com/biography/Lucky-Luciano
(4) https://www.britannica.com/biography/Thomas-E-Dewey
(5) https://www.britannica.com/biography/Dutch-Shultz
(6) https://www.britannica.com/biography/Vito-Genovese
(7) https://www.britannica.com/biography/Meyer-Lansky
(8) https://www.britannica.com/biography/Bugsy-Siegel
(9) https://www.britannica.com/biography/Frank-Costello
(10) https://www.britannica.com/biography/Paul-Ricca
(11) https://www.encyclopedia.com/education/encyclopedias-almanacs-transcripts-and-maps/anslinger-harry-jacob-and-us-drug-policy
(12) https://wikispooks.com/wiki/Paul_Helliwell
(13) https://www.britannica.com/biography/Chiang-Kai-shek
(14) https://pendergastkc.org/articles/decline-and-fall-pendergast-machine
(15) https://vault.fbi.gov/santo-trafficante-part-01/view
(16) https://scholarworks.uno.edu/td/1709/
(17) https://vault.si.com/vault/1955/06/27/subject-blaise-dantoni
(18) https://www.britannica.com/biography/Estes-Kefauver – https://monmouthtimeline.org/the-meeting-at-apalachin-the-beginning-of-the-end-for-vito-genovese/
(19) https://www.jfklibrary.org/learn/about-jfk/the-kennedy-family/robert-f-kennedy
(20) https://rokfin.com/post/85277/Inside-Operation-Gladio-How-NATO-supported-Nazis-and-terrorists (Inside Operation Gladio: How NATO supported Nazis and terrorists)
(21) https://nl.wikipedia.org/wiki/Operatie_Gladio
(22) https://irp.fas.org/offdocs/nsc-hst/nsc-4.htm) – http://washingtonpost.com/archive/politics/1990/11/14
(23) https://irp.fas.org/offdocs/nsc-hst/nsc-4.htm
(24) https://en.wikipedia.org/wiki/Stay-behind
(25) https://nl.wikipedia.org/wiki/Office_of_Strategic_Services
(26) https://nl.wikipedia.org/wiki/Special_Operations_Executive
(27) http://www.investigatingtheterror.com/documents/files/gladiodocs.pdf
(28) https://nl.wikipedia.org/wiki/Licio_Gelli
(29) https://nl.wikipedia.org/wiki/Propaganda_Due
(30) Foot Soldiers door Allan Francovich voor BBC Timewatch 1992
(31) https://rokfin.com/post/85277/Inside-Operation-Gladio-How-NATO-supported-Nazis-and-terrorists (Inside Operation Gladio: How NATO supported Nazis and terrorists
(32) http://www.investigatingtheterror.com/documents/files/gladiodocs.pdf
(33) https://www.trumanlibrary.gov/library/online-collections/ideological-foundations-of-cold-war
(34) https://military-history.fandom.com/wiki/Operation_Osoaviakhim
(35) https://nl.wikipedia.org/wiki/Proces_van_Neurenberg
(36) https://visupview.blogspot.com/2015/05/propaganda-due-strange-and-terrible.html
(37) https://en.wikipedia.org/wiki/Years_of_Lead
(38) https://iaindavis.com/why-understanding-911-is-vital-today/
(39) http://washingtonpost.com/archive/politics/1990/11/14
(40) https://military-history.fandom.com/wiki/Operation_Gladio
(41) http://washingtonpost.com/archive/politics/1990/11/14
(42) https://en.wikisource.org/wiki/European_Parliament_resolution_on_Gladio
(43) https://en.wikipedia.org/wiki/Lyman_Lemnitzer
(44) http://www.dc911truth.org/flyers/11-11-06-handouts/Operation%20Northwoods.pdf
(45) http://www.ijhssnet.com/journals/Vol_2_No_24_Special_Issue_December_2012/24.pdf
(46) https://soaw.org/about-the-soawhinsec/what-is-the-soawhinsec
(47) https://secretsandbombs.wordpress.com/tag/peteano-attack/
(48) https://www.italyonthisday.com/2017/08/felice-casson-politician-and-magistrate.html
(49) https://www.washingtonpost.com/archive/politics/1990/11/14/cia-organized-secret-army-in-western-europe/e0305101-97b9-4494-bc18-d89f42497d85/
(50) https://wikispooks.com/wiki/Vincenzo_Vinciguerra
(51) Foot Soldiers door Allan Francovich voor BBC Timewatch 1992
(52) https://wikispooks.com/wiki/Strategy_of_tension
(53) – https://phpisn.ethz.ch/lory1.ethz.ch/collections/colltopic94c4.html – https://web.archive.org/web/20060820012740/
(54) https://wikispooks.com/wiki/Deep_state
(55) https://iaindavis.com/operation-gladio-false-flag-evidence/
(56) https://www.youtube.com/shorts/mW3dVh6Eml8 (In 1999 NATO bombed Belgrade)
(57) https://www.youtube.com/watch?v=heM4PWlNWXw (Rutte Makes NEW Statement on Ukraine and NATO! NATO Article 5 for Ukraine?
(58) https://www.youtube.com/watch?v=y0cUnoXpIQ0 (‘Russia Still Is…’: NATO Chief’s RARE Admission Of Putin’s ‘Might’ After Meet With Trump)
(59) https://www.youtube.com/watch?v=yYfD63Juxzw (NATO Leaders DECLARE Ukraine WILL Join! ‘No Turning Back’)
(60) https://www.youtube.com/watch?v=nczPYNoOWeY&pp=0gcJCa0JAYcqIYzv (“This Is The Real Story Behind Trump” | Whitney Webb)
(61) Kolonel Roxanne Watkins in gesprek met Clayton Norris, Redacted augustus 2025.